Home / Sparen / Noodfonds of aflossen? Hoe ik die knoop doorha…

Noodfonds of aflossen? Hoe ik die knoop doorhakte

Jan12 mei 20252 min leestijd
Noodfonds of aflossen? Hoe ik die knoop doorhakte

Als je een schuld hebt die 14% rente kost en een spaarrekening die 2% oplevert, is de rekensom simpel: eerst aflossen. Elke euro die je op de spaarrekening zet in plaats van op de schuld kost je netto 12%. Wiskundig is er geen discussie.

Ik heb het toch anders gedaan, en ik denk nog steeds dat het klopte.

Onze situatie

Voorjaar 2025: €1.850 openstaand op een creditcard, opgebouwd uit een wasmachine en een autoreparatie die kort na elkaar kwamen. Rente rond de 14% op jaarbasis. Spaargeld: €340.

Het advies dat je overal leest: alles wat je kunt missen naar die creditcard. Dat had ik ook gedaan als dit de eerste keer was geweest. Maar het wás niet de eerste keer. Datzelfde jaar hadden we die schuld al twee keer bijna afgelost, en beide keren ging er iets stuk waardoor we hem weer opnieuw gebruikten.

Waarom pure wiskunde hier faalt

Het probleem was niet de schuld. Het probleem was dat we geen enkele buffer hadden, waardoor elke tegenvaller automatisch op de creditcard belandde. Alles naar aflossen sturen zonder buffer opbouwen betekent: je lost af tot de volgende tegenvaller en begint dan weer opnieuw, met alle frustratie van dien.

Ik ken het tegenargument — dan gebruik je de creditcard toch gewoon als buffer? Op papier waar. In de praktijk voelt "de creditcard opnieuw gebruiken" als falen, en dat gevoel deed ons twee keer helemaal stoppen met aflossen.

Wat we deden

Fase 1 (drie maanden): een mini-buffer van €750 opbouwen, terwijl we op de creditcard alleen het minimum aflosten. Dat kostte ons ongeveer €26 aan extra rente. Ik zie dat als de prijs van een verzekering tegen opnieuw beginnen.

Fase 2 (zeven maanden): alles wat er te missen viel naar de creditcard. €1.850 plus rente eraf in zeven maanden.

Fase 3 (vanaf toen): de buffer verder opbouwen richting drie maanden vaste lasten — waar ik hier over schreef.

In fase 1 ging er één keer iets stuk: de vaatwasser, €280. Die kwam uit de mini-buffer. Zonder fase 1 was dat de derde ronde op de creditcard geweest.

Waar het kantelt

Ik denk dat de mini-buffer-eerst-aanpak klopt als:

  • je geen enkele buffer hebt, én
  • je in de afgelopen twee jaar minstens één keer een tegenvaller op krediet hebt moeten zetten.

Heb je al €1.000 achter de hand, dan is de rekensom weer gewoon de rekensom: eerst de duurste schuld. En gaat het om een studieschuld of een hypotheek met lage rente, dan is die urgentie er sowieso niet.

Wat ik niet zou doen

Een grote buffer opbouwen naast een dure schuld. €5.000 op een spaarrekening tegen 2% terwijl er €5.000 aan 14% openstaat is geen voorzichtigheid, dat is €600 per jaar weggeven voor een goed gevoel. De mini-buffer is expres klein: groot genoeg voor een kapot apparaat, klein genoeg om niet veel te kosten.

En ik zou de rente op je schuld altijd echt opzoeken in plaats van hem te schatten. Ik dacht dat onze creditcard rond de 9% zat. Het was 14%. Dat verschil veranderde hoe hard ik eraan werkte.

Reacties zijn gesloten.

Gerelateerde berichten

Zo bouwde ik in veertien maanden een buffer van €3.000 op een modaal inkomen18 augustus 2026 · SparenWaarom mijn spaarrekening drie potjes werd in plaats van één9 juni 2026 · SparenAutomatisch sparen op de dag ná je salaris: het kleine trucje dat bij mij wél werkte14 april 2026 · Sparen